Ik bezorg maaltijden bij gezinnen die het te druk hebben om zelf te koken, maar wel lekker willen eten.
Koeriers bezorgen de aankopen vervolgens gratis thuis.
Ik bezorg u graag alle nodige informatie.
Nu bezorg ik elke dag de post voor 960 brievenbussen.
Schilderscollectief Tintelijn bezorgde ons verf en gereedschap om de klus te klaren.
Ik wil de buren geen overlast bezorgen.
Je kunt de man ook de mooiste dag van zijn leven bezorgen.
Het geluid van krakende bomen bezorgde me kippenvel.
Een stad als Brussel bezorgt heel wat politici kopzorgen.
Het uitblijven van economische hervormingen bezorgt menigeen slapeloze nachten.
Nu bezorgen ze hén hoofdbrekens in plaats van andersom.
Een spookbeeld dat heel wat economen nachtmerries bezorgt.
Zijn komst bezorgt de Republikeinen behoorlijk wat kopzorgen.
De 28-jarige Mexicaanse doelman bezorgde heel Brazilië vorige dinsdag een kater door geen bal binnen te laten.
Niet alleen de drank maar ook het voedsel op festivals kan u een kater bezorgen.
De congestie op de fietspaden bezorgt de stad meer hoofdbrekens dan de veiligheid.
Wélke vloeken bezorgen diepgelovige christenen nu rillingen op de rug?
De beperkte loongroei bezorgt centrale bankiers hoofdbrekens.
Weet je zeker dat je ze allemaal een goed tehuis kan bezorgen?
In uitzonderlijke gevallen kunnen wij maaltijden aan de familieleden bezorgen.
De bedoeling is om zoveel mogelijk kinderen een onbezorgde, leuke vakantieweek te bezorgen.
Het doel van al die alarminstallaties is echter gelijk: u een betere nachtrust bezorgen.
Na de bevalling dient zij een geboorteattest aan het ziekenfonds te bezorgen.
Het doel is de logé een leuke tijd te bezorgen en de ouders of verzorgers even te ontlasten.
Misschien bezorgde ze me niet alleen last, maar had ze me ook iets te bieden.
subject
Wie of wat (...)?
substantief
bedrijf
man
mens
object
Wie of wat (...) men of wordt (...)?
substantief
indirect object
Aan wie of wat, of voor wie of wat (...) men of wordt (...)?
substantief
indirect object
pronomen
indirect object
prepositiegroep
...
bepaling
Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?
adverbium
destijds
eindelijk
goed
gratis
laat
snel
uiteindelijk
vaak
vroeg
bijzin ingeleid door
wat
verbum auxiliare of groepsvormend verbum
Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij bezorgen?
komen
krijgen
kunnen
laten
moeten
mogen
willen
- subject
- object
- indirect object
- verbum finitum
- bepaling
- verbale aanvulling
- 1iemand bezorgt iets ergens
- koerier
- ' Koeriers bezorgen de aankopen vervolgens gratis thuis .
- postbode
- Friese : „ De Nederlandse postbode mocht eigenlijk niet bezorgen bij de Nederlandse bedrijven die aan de Duitse kant van het gebouw gevestigd zijn .
- bloemen
- Wij bezorgen bloemen goedkoop en snel , maar in alle discretie !
- boodschappen
- In zijn racewagen bezorgt hij de boodschappen waarna hij naar het volgende adres scheurt .
- brief
- Een postbode heeft nu exact 5.66 seconden om een brief te bezorgen .
- krant
- Vanaf mijn twaalfde plukte ik aardbeien en bezorgde ik kranten en folders .
- maaltijd
- Ik bezorg maaltijden bij gezinnen die het te druk hebben om zelf te koken , maar wel lekker willen eten .
- pakje
- Pakketbezorging groeit wel , maar jullie bezorgen geen pakjes .
- pakket
- ‘ Ik bezorg pakketten in opdracht van PostNL ’, staat op een sticker op de zijkant van de bus .
- pakketje
- Enkele weken later bezorgt een PostNL-medewerker je pakketje aan de deur .
- pizza
- Ons doel is om in alle steden van Nederland binnen 30 minuten een warme pizza te kunnen bezorgen .
- post
- De vrouw had geen zin om post te bezorgen .
- adres
- En die bezorgt hij met een bakfiets op het juiste adres .
- bedrijf
- Friese : „ De Nederlandse postbode mocht eigenlijk niet bezorgen bij de Nederlandse bedrijven die aan de Duitse kant van het gebouw gevestigd zijn .
- huis
- Zij bezorgen maaltijden van de betere restaurants aan huis .
- klant
- ,, Heel vervelend , want straks kan ik mijn bloemen niet op tijd bezorgen bij klanten aan de andere kant .''
iemand levert iets af op een adres- Ik bezorg maaltijden bij gezinnen die het te druk hebben om zelf te koken , maar wel lekker willen eten .
- (meer voorbeelden)
- 2iemand bezorgt iemand ietsiemand stuurt iemand iets toe of levert iets bij iemand in
- Ik bezorg u graag alle nodige informatie .
- (meer voorbeelden)
- 3iemand bezorgt iemand ietsiemand schenkt (iemand) iets
- Schilderscollectief Tintelijn bezorgde ons verf en gereedschap om de klus te klaren .
- (meer voorbeelden)
- 4iemand of iets bezorgt iemand of iets iets
- gevoel
- Over het algemeen bezorgt cocaïne een gevoel van geestelijk welbehagen en vreugde .
- last
- Wratten hoeven alleen maar behandeld te worden als ze last bezorgen .
- nachtmerrie
- Een clown moet kinderen blij maken in plaats van hen nachtmerries bezorgen .”
- overlast
- Ik wil de buren geen overlast bezorgen .
- pijn
- Ze bezorgen een stekende pijn tijdens het eten van zuur of pikant voedsel .
- probleem
- Overgewicht maar ook een te laag gewicht kunnen de mens veel problemen bezorgen .
- stress
- De onzekerheid of ze mogen blijven , bezorgt hen veel stress .
- werk
- De vertraging bezorgt de transporteurs extra werk .
iemand of iets veroorzaakt iets bij iemand of iets- Ik wil de buren geen overlast bezorgen .
- (meer voorbeelden)
- 5iemand of iets bezorgt iemand of iets iets
- avond
- Onze medewerkers , zowel voor als achter de schermen , doen er alles aan om de gasten een onvergetelijke middag of avond te bezorgen .
- dag
- Papadag was dan ook nooit bedoeld om papa een leuke dag te bezorgen .
- ervaring
- Sommigen maakt het niets uit of iets nou echt kunst is of niet — als het ons maar interessante ervaringen bezorgt .
- leven
- Een juiste en aangepaste voeding is noodzakelijk om je pup een lang en gezond leven te bezorgen .
- Bezorg een tweede leven aan kartonnen dozen , geschenkpapier , dozen met deksel en aluminiumvlootjes .
iemand of iets laat iemand of iets iets beleven- Je kunt de man ook de mooiste dag van zijn leven bezorgen .
- (meer voorbeelden)
- 6iets of iemand bezorgt iets of iemand iets
- faam
- De platen bezorgden hem faam als ‘ great white hope ’ onder de jazztrompettisten .
- imago
- Ernstige incidenten die de sector een slecht imago bezorgen .
- meerderheid
- Er was slechts één stemronde voor nodig om Borrell de benodigde absolute meerderheid te bezorgen .
- naam
- Veel mensen zijn bang voor aandelen omdat de forse schommelingen die beleggingsvorm een slechte naam bezorgen .
- nederlaag
- De forward droeg Cleveland naar de zesde overwinning in dit seizoen ( 6-4 ) en bezorgde Detroit de zesde nederlaag .
- overwinning
- Bij vorige verkiezingen bezorgde hem dit overwinning na overwinning .
- reputatie
- Volgens de sector gaat het om een klein aantal ( vooral veevoeder -) bedrijven die de héle branche een slechte reputatie bezorgen .
- roem
- Zijn herhaalde alarmkreten bezorgden Pelloux nationale roem .
- status
- Het mechanisme dat een auteur of een boek deze status bezorgt is voor mij nog steeds ondoorzichtig .
- succes
- Hij kopieert de techniek die Cameron initieel ook succes bezorgde .
- titel
- Hij bezorgde Genk de titel .
- wereldfaam
- Waarom is er zo weinig respijt voor een trainer die het nietige Leicester wereldfaam bezorgde ?
- wereldtitel
- Eén jaar later moet uitgerekend dat duo Spanje een nieuwe wereldtitel bezorgen .
- winst
- Precies op maat voor een aanvaller , die Noordwijk met een rake kopbal de winst bezorgt .
- zege
- Sigthorsson en een owngoal van Gilissen bezorgden Ajax de zege .
iets of iemand levert iets of iemand iets op- Huistaken bezorgen je minder vrije tijd .
- (meer voorbeelden)
- 7iets of iemand bezorgt iets of iemand ietsiets of iemand laat iets of iemand iets hebben
- De mogelijkheden om een pergola , rasterwerk , klimpaal of andere een extra accent te bezorgen zijn legio .
- (meer voorbeelden)
- 8iemand bezorgt iemand ietsiemand dient iemand iets toe
- Deze aanzag zijn redders echter voor de vijand en kelderde ze , waarop de Duitsers de Grafton het genadeschot bezorgden .
- (meer voorbeelden)
Nederlandse term: onderwerp. Van wie of wat gaat de handeling of werking van het verbum uit? Het gaat hier om zogenaamde semantische of logische subjecten bij het hoofdwerkwoord. Vaak valt het semantische subject samen met het grammaticale subject (het subject van de zin), maar dat is zeker niet altijd het geval. In passieve zinnen kan het semantische subject uitgedrukt zijn in een door-bepaling. Ook in andere zinnen met een hulpwerkwoord en een hoofdwerkwoord hoort het semantische subject bij het hoofdwerkwoord. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld door de arts (passieve zin)de kunstenaar werkt in alle rust
vs.
de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken.
De arts is in de passieve zin niet meer het grammaticale subject van de zin. Dat is nu de patiënt bij wordt/zijn. De arts is wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen uitoefent en blijft van dat verbum het zogenaamde logische of semantische subject. De hele door-bepaling door de arts wordt in Nederlandse grammatica’s ook wel het handelend voorwerp genoemd. In de zin de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken is de kunstenaar het grammaticale subject bij wil, maar het semantische subject bij werken.
Nederlandse term: lijdend voorwerp. Wie of wat ondergaat de handeling of werking van het verbum? In Woordcombinaties geven we de zogenaamde semantische of logische objecten bij het hoofdwerkwoord. In passieve zinnen verschijnt dat semantische of logische object als grammaticaal subject (zinssubject) van worden of zijn. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (object in actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld (door de arts) (grammaticaal subject in passieve zin)
De patiënt is in de passieve zin wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen ondergaat en blijft het zogenaamde logische of semantische direct object van dat verbum.
Nederlandse term: onderwerp. Van wie of wat gaat de handeling of werking van het verbum uit? In de relatie 'subject bij' is het trefwoord het zogenaamde semantische of logische subject bij een hoofdwerkwoord. Vaak valt het semantische subject samen met het grammaticale subject (het subject van de zin), maar dat is zeker niet altijd het geval. In passieve zinnen kan het semantische subject uitgedrukt zijn in een door-bepaling. Ook in andere zinnen met een hulpwerkwoord en een hoofdwerkwoord hoort het semantische subject bij het hoofdwerkwoord. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld door de arts (passieve zin)de kunstenaar werkt in alle rust
vs.
de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken.
De arts is in de passieve zin niet meer het grammaticale subject van de zin. Dat is nu de patiënt bij wordt/zijn. De arts is wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen uitoefent en blijft van dat verbum het zogenaamde logische of semantische subject. De hele door-bepaling door de arts wordt in Nederlandse grammatica’s ook wel het handelend voorwerp genoemd. In de zin de kunstenaar wil in alle rust kunnen werken is de kunstenaar het grammaticale subject bij wil, maar het semantische subject bij werken.
Nederlandse term: lijdend voorwerp. Wie of wat ondergaat de handeling of werking van het verbum? In de relatie 'object bij' is het trefwoord het zogenaamde semantische of logische object bij het hoofdwerkwoord. In passieve zinnen verschijnt dat semantische of logische object als grammaticaal subject (zinssubject) van worden of zijn. Vergelijk:
de arts behandelt de patiënt (object in actieve zin)
vs.
de patiënt wordt/is behandeld (door de arts) (grammaticaal subject in passieve zin)
De patiënt is in de passieve zin wel nog diegene die de handeling van het verbum behandelen ondergaat en blijft het zogenaamde logische of semantische direct object van dat verbum.
Nederlandse term: meewerkend voorwerp, e.d. Wie of wat is als ontvanger, belanghebbende of ondervinder betrokken bij de handeling of werking van het verbum? Er kunnen verschillende types indirect object
onderscheiden worden (zie Indirect object (taaladvies.net)
Deze zijn niet altijd gemakkelijk van elkaar te onderscheiden.
Nederlandse term: voorzetselvoorwerp. Het voorzetselobject of voorzetselvoorwerp is een aanvulling bij een verbum met een vaste prepositie. Adverbiale bepalingen kunnen ook ingeleid worden door een prepositie, maar in bepalingen zijn de preposities variabeler. Vergelijk:
hij wacht op zijn broer (voorzetselobject)
vs.
hij wacht op het perron, in de kamer, bij de ingang (bepaling van plaats)
Zegt iets over het subject of object in combinatie met het verbum. In de Nederlandse grammatica’s onderscheidt men een aantal zinsdelen die iets over het subject of object zeggen, met name het naamwoordelijk deel van het gezegde of predicaatsnomen bij copulae (koppelwerkwoorden) en de bepaling van gesteldheid bij zelfstandige verba. Voorbeelden:
hij is moe (naamwoordelijk deel van het gezegde)
het viel me zwaar (naamwoordelijk deel van het gezegde)
ik vind hem een schat (bepaling van gesteldheid)
hij werkt daar als portier (bepaling van gesteldheid)
Geeft antwoord op vragen als waar, wanneer, hoe, waarom, waarmee, ….?
Bijwoordelijke bepalingen kunnen in de zin vaak, maar niet altijd weggelaten worden. Vergelijk:
ze leest een boek in bed (weglaatbare of optionele bepaling)
vs.
ze woont in Brussel (niet-weglaatbare of niet-optionele bepaling)
Niet-optionele bepalingen worden ook wel complementen genoemd. Voor subtypes naar betekenis (bv. plaats, richting, …) zie: ANS | 20.10 Bijwoordelijke bepalingen (ivdnt.org). De subtypes worden hier in de regel niet onderscheiden, maar waar dat wel nodig is voor de overzichtelijkheid en het gebruiksgemak, doen we dat wel.
Zinsdelen kunnen niet alleen woorden of woordgroepen zijn, maar ook bijzinnen of beknopte bijzinnen (bijzinnen zonder subject en verbum finitum).
Voorbeelden:
ik accepteer dat het zo is (bijzin)
hij vroeg of we kwamen (bijzin)
ik weet wie het gedaan heeft (bijzin)
hij vroeg ons om te komen (beknopte bijzin)
hij probeerde te vluchten (beknopte bijzin)
Sommige verba worden vaker met (beknopte) bijzinnen gecombineerd dan andere.
Ook substantieven kunnen een (beknopte) bijzin als bepaling hebben:
een kind om te zoenen (beknopte bijzin)
De (beknopte) bijzinnen kunnen verschillende syntactische functies in een zin of zinsdeel vervullen (subject, object, bepaling, enz.). In ik accepteer dat het zo is, bijvoorbeeld, is dat het zo is een objectszin. Voor het maken van combinaties, is de functie hier minder van belang. Belangrijker is de juiste keuze van het inleidende woord (dat, of, om enz. ). Voor het gebruiksgemak geven we in deze rubriek daarom een overzicht per inleidend woord.
Nederlandse term: hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord. Een verbum auxiliare of hulpwerkwoord ‘helpt’ het hoofdwerkwoord in zinnen met meer dan een verbum. Het wordt onder andere gebruikt voor het uitdrukken van tijd, modaliteit (hoe ziet de spreker de verhouding tussen de mededeling en de werkelijkheid?), passief en causaliteit (het doen plaatsvinden van een handeling of werking). Behalve de verba die traditioneel tot de verba auxiliare gerekend worden, zijn er nog andere groepsvormende werkwoorden die een verbinding met het hoofdverbum aangaan, bijvoorbeeld proberen, vallen, beginnen. Zie ANS | 18.5.1.1 Groepsvorming bij werkwoorden (ivdnt.org) Voorbeelden:
verba auxiliare:
ik heb mij vergist (tijd)
hij is gekomen (tijd)
de patiënt is/wordt behandeld door de arts (passief)
je moet dat accepteren (modaliteit)
ik kan dat niet accepteren (modaliteit)
ik laat mijn huis schilderen (causaliteit)
de zon doet de temperatuur stijgen (causaliteit)
andere groepsvormende verba:
hij probeert te komen
dat valt te bezien
het begint te regenen
Alle verba kunnen vervoegd worden en veel verba kunnen gepassiveerd worden. De verba auxiliari van tijd worden getoond als u klikt op ‘vormen’. Hier vermelden we alleen de overige verba auxiliari en groepsvormende verba die opvallend vaak bij bepaalde verba voorkomen, bv. kunnen, moeten + accepteren.
Nederlandse term:
zelfstandig naamwoord
Nederlandse term: voornaamwoord
Nederlandse term: voorzetselgroep
voorbeeld
in + stad kamer …
op + platteland station
Nederlandse term: bijwoord
Nederlandse term: bijvoeglijk naamwoord
Nederlandse term: achterzetsel of achtergeplaatst voorzetsel: achterzetsel (wat is dat?) | Genootschap Onze Taal | Onze Taal
Nederlandse term: achterzetsel of achtergeplaatst voorzetsel: achterzetsel (wat is dat?) | Genootschap Onze Taal | Onze Taal
Determinatoren zijn o.a. lidwoorden (de, het, een) en woorden die een hoeveelheid uitdrukken (veel, wat, enkele). De lidwoorden worden gegeven bij de woordvormen naast het trefwoord. In deze lijst met determinatoren staan de overige determinatoren.
Nederlandse termen: voornaamwoord of telwoord
Nederlandse term: telwoord
woordgroep met een prepositie (voorzetsel) of conjunctie (voegwoord). Een conjunctiegroep is bv. een woordgroep ingeleid door als of zoals in vergelijkingen (werken als een paard, een waarheid als een koe).
Nederlandse termen: voorzetsel of voegwoord
Nederlandse termen: bijvoeglijk naamwoord, deelwoord of telwoord
Nederlandse termen: bijvoeglijk naamwoord of bijwoord. Adjectieven (bijvoeglijke naamwoorden) kunnen ook als bijwoordelijke bepaling bij een werkwoord gebruikt worden. We spreken dan van een [adverbiaal of bijwoordelijk gebruikt adjectief](https://e-ans.ivdnt.org/topics/pid/ans0802lingtopic.
Specificeert het trefwoord nader.
Specificeert het trefwoord nader.
Adpositiegroepen zijn woordgroepen met een prepositie (voorzetsel), postpositie (achterzetsel) of circumpositie (omzetsel):
op de trap (met prepositie/voorzetsel)
de trap op (met postpositie/achterzetsel)
van de trap af (met circumpositie/omzetsel)
Conjunctiegroepen worden ingeleid door een conjunctie (voegwoord). In de voorbeelden met conjunctie als:
werken als een paard
een waarheid als een koe
Adpositiegroepen zijn woordgroepen met een prepositie (voorzetsel), postpositie (achterzetsel) of circumpositie (omzetsel):
op de trap (met prepositie/voorzetsel)
de trap op (met postpositie/achterzetsel)
van de trap af (met circumpositie/omzetsel)
Conjunctiegroepen worden ingeleid door een conjunctie (voegwoord). In de voorbeelden met conjunctie als:
werken als een paard
een waarheid als een koe