woonplaats

substantiefprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Het ongeval gebeurde op amper 700 meter van haar woonplaats.

Al deze mensen willen of kunnen hun woonplaats niet verlaten.

Zo'n rif is een fijne woonplaats voor een vis.

De identiteitskaart duidt namelijk geen woonplaats meer aan.

De box moet ver zijn van uw woonplaats.

Gisteren gingen de scholen in mijn woonplaats al opnieuw open.

De meeste ongevallen gebeurden tussen de woonplaats en de school.

Nu kent hij zijn woonplaats als z'n broekzak.

Naam en woonplaats zijn bij de redactie bekend.

Dat geldt dan meteen voor álle woningcorporaties in zijn woonplaats.

Dat begon bij het gemeentehuis in haar woonplaats.

De aarde is echter ook de woonplaats voor de mens.

De keuze hierin wordt bepaald door de woonplaats.

Dit wil zeggen dat de wet hun een woonplaats oplegt.

In principe kan iedereen vrij zijn woonplaats kiezen.

U belt de bibliotheek van uw woonplaats tijdens de openingstijden.

Een onderscheid maken volgens woonplaats kan wel.

Op beide manieren wordt de link tussen woonplaats en school afgezwakt.

Maar die liggen vaak ver van de woonplaats van de ouders.

In dat geval laten we hen op een formulier hun woonplaats en nummerplaat invullen.

Veel belastingen zijn gelinkt aan de woonplaats.

Zelfs in zijn woonplaats blijft hij een grote onbekende.

Ze kunnen geen enkelband krijgen omdat ze geen vaste woonplaats hebben.

Hij noemde de woonplaats van zijn moeder.

Zij twijfelen vaak tussen hun geboorteplaats en hun woonplaats.

Betekenissen

subject bij

Welke werkwoorden hebben woonplaats als subject?

bepalen

liggen

vallen onder

object bij

Welke werkwoorden hebben woonplaats als object?

kiezen

noemen

ontvluchten

verlaten

vinden

vormen

zoeken

determinator

pronomen of numerale

geen

bepaling voor "woonplaats"

adjectief, participium of numerale

bekend

eigen

fiscaal

huidig

nieuw

oorspronkelijk

oud

toenmalig

vast

vorig

(2 meer)

bepaling na "woonplaats"

substantief

Amsterdam

prepositiegroep of conjunctiegroep

bij

op

in:

België

Nederland

buitenland

regio

staat

van:

gezin

kind

ouder

"woonplaats" in adpositiegroep of conjunctiegroep

prepositie of conjunctie

als

naar

vanuit

zonder

"woonplaats" in adpositiegroep of conjunctiegroep bij een ander woord

dicht bij iemands woonplaats

vlak bij iemands woonplaats

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met woonplaats?

leeftijd

werkplek

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.