wapen

substantiefprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

In die doos, zo vermoedt de politie, zitten wapens.

Het wapen dient juist om de ene familie van de andere te kunnen onderscheiden.

Dan trekken de overvallers een wapen en spuiten met pepperspray.

Wat betekent het wapen van Amsterdam?

Zijn uitzonderlijke intelligentie en charisma zijn zijn sterkste wapens.

Ze leerde schieten en schafte een verzameling wapens aan.

Het is ook niet duidelijk hoe groot de voorraad chemische wapens is.

Je ziet ook veel zware wapens, zelfs tanks.

Onze pennen en boeken zijn onze krachtigste wapens.

De twee waren in het bezit van wapens en drugs.

Het recht om wapens te dragen ligt vast in de Grondwet.

Het soort wapen dat je mag kopen, hangt af van het doel.

De wapens waarmee de aanslagen in Parijs werden gepleegd kwamen waarschijnlijk uit Duitsland.

Elizabeths vlag wappert op de boot, haar wapen staat op alle roeiriemen.

De ontwikkeling van volautomatische wapens is gevaarlijk, waarschuwen tech-experts in een open brief.

Er wordt nu al gebruik gemaakt van semi-automatische wapens.

Het gaat hier om de verspreiding van nucleaire wapens.

Die villa komt in het nieuws, omdat de politie er in 2003 een partij wapens vindt.

Dinsdag werd al bekend dat hij geen wapen droeg.

Maar de verdedigers zouden over grote hoeveelheden wapens beschikken.

De wapens komen uit Polen of Bulgarije.

De strijdende partijen beloofden het vuren te staken en hun zware wapens terug te trekken.

Dodelijke autonome wapens dreigen een derde revolutie in de oorlogsvoering te worden.

De man richtte een wapen op een agent die hem wilde controleren.

Ruim honderd landen beschikken over de industriële basis om chemische wapens te produceren.

Betekenissen

subject bij

Welke werkwoorden hebben wapen als subject?

bestaan

betekenen

binnenkomen

blijven

circuleren

dienen

in handen vallen van

komen

liggen

maken

(5 meer)

object bij

Welke werkwoorden hebben wapen als object?

aanschaffen

aantreffen

afvuren

bezitten

bovenhalen

brengen

dragen

gebruiken

hanteren

in beslag nemen

(25 meer)

determinator

substantief

aantal

arsenaal

hoeveelheid

lading

partij

soort

ton

type

verzameling

voorraad

pronomen of numerale

alle

de meeste

elk

geen

geen enkel

meer

meerdere

minder

sommige

veel

(1 meer)

bepaling voor "wapen"

adjectief, participium of numerale

Amerikaans

ander

automatisch

autonoom

belangrijk

biologisch

chemisch

controversieel

conventioneel

defensief

(43 meer)

bepaling na "wapen"

prepositiegroep of conjunctiegroep

in:

aanslag

hand

huis

op:

zak

tegen:

armoede

terreur

van:

VS

rebel

regime

stad

terrorist

type

"wapen" in adpositiegroep of conjunctiegroep bij een ander woord

de aanwezigheid van wapens

de handel in wapens

de toegang tot wapens

de verkoop van wapens

een arsenaal aan wapens

het gebruik van wapens

humor als wapen

iemand onder de wapens roepen

in het bezit van wapens

levering van wapens

(3 meer)

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met wapen?

drug

explosief

manschappen

mens

strijder

uniform

voertuig

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.