voorbereiden

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.
(vaak in het passief)

Hij had zich daar twee maanden op voorbereid.

Zij bereiden een petitie voor om mij te steunen.

De opleiding bereidt je daar goed op voor.

Ik was daar totaal niet op voorbereid.

Ze is duidelijk goed voorbereid op het gespreksonderwerp.

Door mijn ervaring hoef ik niet meer elke les voor te bereiden.

De zogeheten preppers bereiden zich voor op het ergste.

Kennelijk had ik dit allemaal wat beter moeten voorbereiden.

Zij hadden meer tijd gevraagd om de zaak voor te bereiden.

Het is opvallend hoe alles tot in de puntjes is voorbereid.

Ze hadden zich wekenlang op die confrontatie voorbereid.

Ze nemen maanden om een actie voor te bereiden.

We moeten ons dus voorbereiden op een leven vol verandering.

Hoe heeft u zich op deze immense tentoonstelling voorbereid?

Ze rekken de zaak zodat zij er beter op voorbereid zijn.

Spelers moeten zich immers niet alleen lichamelijk voorbereiden, maar ook geestelijk.

De betogers hebben zich voorbereid op een confrontatie met de veiligheidsdiensten.

Ik moet nog veel doen om dat goed voor te bereiden.

Zij kunnen zich moeilijk ergens op voorbereiden of iets verwerken.

Hoe bereiden mensen zichzelf voor op een koude dag?

In het basisonderwijs bereiden wij kinderen daarop voor.

Hij bereidt zich nu voor op de volgende fase.

Om een productie voor te bereiden moet je al geld voorschieten.

Maar om er met maatregelen beter op voorbereid te zijn.

Hij kan zich dan langs de zijlijn voorbereiden op nieuwe verkiezingen.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

advocaat

bank

bedrijf

groep

kabinet

kandidaat

kind

land

leerling

mens

(10 meer)

pronomen

het

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

aanslag

actie

bod

dossier

gesprek

kind

land

leerling

les

maatregel

(11 meer)

pronomen

alles

dat

deze

die

dit

haar

hem

hen

het

iets

(9 meer)

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

fysiek

goed

grondig

inhoudelijk

intensief

lang

maandenlang

mentaal

minutieus

momenteel

(10 meer)

prepositiegroep

tot in de puntjes

voorzetselobject

Met vaste prepositie (vast voorzetsel)

op:

alles

arbeidsmarkt

beroep

dag

dood

examen

gesprek

het ergste

komst

leven

(12 meer)
voor:

...

predicatieve aanvulling

adjectief of adverbium

samen

pronomen

zelf

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij voorbereiden?

beginnen

gaan

helpen

kunnen

laten

moeten

mogen

willen

zullen

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met voorbereiden?

begeleiden

uitvoeren

bijzin ingeleid door

om te:

...

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.