plukken

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Ze komen graag in onze tuin en ze plukken graag bloemen.

In de zomer en het najaar plukt hij fruit.

We plukken dat idee niet uit de lucht.

Ze moeten meer van het leven genieten: pluk de dag!

Maar ook andere ontwikkelingslanden plukken de vruchten van economische groei.

Uiteindelijk hebben we daar de vruchten van geplukt.

Hij plukt aan zijn baard.

Ze mogen er graag de krenten uit plukken.

Die elementen lijken zo geplukt uit de catalogus.

De economie doet het beter en daarvan plukken de schoolverlaters de vruchten.

Haar handen plukken aan haar roze trui.

Plukte Eva uit verveling de appel in het paradijs?

Omdat wij vooral de voordelen van de uitbuiting plukken.

Zij was niet van slechte wil, ze had ze van het internet geplukt.

Die bewerken berichten die ze doorgaans van andere sites plukken.

Een voor een plukt hij viltstiften uit de verschillende dozen op zijn werktafel.

Ik pluk dat bloemetje dan maar uit mijn eigen tuin.

Vooral maatschappijen uit Azië en het Midden-Oosten plukken de vruchten van de aantrekkende wereldhandel.

Uw opvolger gaat dus de vruchten plukken van uw werk?

We proberen de mooiste boeken uit de uitgeverscatalogi te plukken.

Hij werd door zijn collega's uit het verkeer geplukt.

Pluk zelf fruit, kruiden, groenten of bloemen.

Maar wie hoger onderwijs geniet, plukt daar later de vruchten van.

Als de lente komt pluk ik voor jou tulpen uit Amsterdam.

Maar we nemen ook de vrijheid om iets uit de lucht te plukken.

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

appel

bes

blaadje

bloem

dag

druif

fruit

krenten

paddenstoel

plant

(2 meer)

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

gretig

later

snel

prepositiegroep

aan:

baard

gitaar

snaar

trui

uit:

catalogus

doos

literatuur

lucht

van:

boom

internet

site

straat

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.