gokken

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Ik had gewoon zeven maal goed gegokt.

Denk aan illegaal gokken, verdovende middelen, vrouwen, wapens, afval.

Banken hebben net zo goed als huishoudens gegokt op de woningmarkt.

Wij gokken dat dit de betere van de twee is.

Misschien blijkt straks dat ik verkeerd heb gegokt.

Dus ik moest gokken hoe het verhaal zou verlopen.

Hij heeft nooit gegokt op zijn eigen partijen.

Online gokken wordt ook in Nederland legaal.

Ik heb juist gegokt.

Niet alleen huishoudens hebben gegokt en verloren, ook de banken.

' Ik gok, maar niet op Belgische matchen '

Twintig cent, gok ik.

Gok eens op aces

Maar wie gokt, verliest zo nu en dan.

Riskant, maar hij gokt dat hij er stemmen mee wint.

Gokt u dat het ooit gebeurt?

Ze gokte maar wat en alles gokte ze fout.

Een medewerker gokte op daling van de eurokoers.

'Dat zijn brandnetels', gokte Beke.

De topman gokte en verloor.

PSV gokte en verloor.

Het was al verboden op eigen wedstrijden te gokken.

We gokken erop dat iemand op het laatste moment improviseert.

Ik zou toch gokken op een kilootje meer.

Bij Natuurmonumenten gokken ze daar kennelijk op.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

analist

bank

belegger

investeerder

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

flink

fout

goed

illegaal

juist

legaal

online

verkeerd

zwaar

voorzetselobject

Met vaste prepositie (vast voorzetsel)

op:

koersdaling

paard

paard

uitslag

wedstrijd

winst

bijzin ingeleid door

hoe

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij gokken?

blijven

gaan

komen

kunnen

laten

moeten

mogen

willen

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met gokken?

drinken

verliezen

winnen

bijzin ingeleid door

dat

of

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.