communiceren

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Taal laat ons met andere woorden toe te communiceren met anderen.

Alle drie hebben ze problemen om te communiceren met andere mensen.

Hij kan bijna niet communiceren met de Japanse acteurs.

Via een app kunnen ze met elkaar communiceren.

Ze moeten daar duidelijker met bewoners en familie over communiceren.

Iedere leraar moet toch zonder fouten kunnen schrijven en helder kunnen communiceren.

Hij is niet in staat om te communiceren met klasgenoten.

In Codenames worden spelers gedwongen te communiceren met één woord.

Het verstevigde zijn idee te communiceren via zijn muziek.

Communiceren kon hij alleen via een speciale computer.

We leven in een tijd waarin mensen steeds meer elektronisch met elkaar communiceren.

Ik hou ervan met mensen te communiceren.

Bedrijven beginnen te communiceren over hun beleid.

De witte bloedcellen uit die twee systemen communiceren via signaalstoffen met elkaar.

We verdwalen niet meer en kunnen overal op de wereld communiceren met elkaar.

Aan de buitenwereld hebben we dat niet gecommuniceerd, het was te persoonlijk.

In welke mate is er ruimte om hierover op een ernstige manier te communiceren?

Ze wordt opgeroepen om te communiceren met zopas gelande buitenaardse wezens.

Een kant-en-klaar recept om op een waardige manier met elkaar te communiceren, bestaat niet.

Mensen communiceren op de manier zoals ze dat zelf willen.

Via mijn boeken kan ik nu met honderdduizenden mensen communiceren.

De wetenschappers denken dat de moeders met hun jongen communiceren.

Op een gegeven moment moet je écht met mensen willen communiceren.

De Brusselse politie wilde gisteren niet over de zaak communiceren.

In 2013 werd vooral via sociale media gecommuniceerd.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

bedrijf

burger

computer

kind

mens

overheid

partij

regering

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

boodschap

informatie

indirect object

Aan wie of wat, of voor wie of wat (...) men of wordt (...)?

prepositiegroep

aan:

...

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

actief

direct

draadloos

duidelijk

eerlijk

effectief

efficiënt

goed

helder

later

(14 meer)

prepositiegroep

via:

computer

e-mail

internet

muziek

signaalstof

sociale media

in:

gebarentaal

taal

door middel van:

...

naar:

...

op:

...

per:

...

voorzetselobject

Met vaste prepositie (vast voorzetsel)

met:

achterban

ander

arts

bevolking

buitenwereld

burger

buur

computer

doelgroep

kind

(11 meer)
over:

dossier

kwestie

maatregel

zaak

bijzin ingeleid door

wat

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij communiceren?

blijven

gaan

kunnen

leren

moeten

willen

zullen

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met communiceren?

samenwerken

bijzin ingeleid door

dat

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.