bladeren

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Ik begon te bladeren.

Hij bladert door de catalogus.

Ik blader door mijn notities.

In dat soort boeken bladerde ik graag.

De rechter bladert door het dossier.

Thuis blader ik opnieuw in Carandini's atlas.

Hij bladert in het boek naar pagina's 58 en 59.

Een halfuur lang bladerde ze sereen in een tijdschrift.

Hij bladert door een map met papier.

Het was haast alsof ik door mijn eigen fotoalbum bladerde.

Zoals je bladert door een boek over dinosaurussen.

Ik blader door recente publicaties.

Een boek om in te bladeren en zomaar stukjes uit te lezen.

Iedereen die erin bladerde begon spontaan te lachen.

Ze geeft het aan Hans, die erin begint te bladeren.

Ik blader door de krant, maar er blijft iets aan me knagen.

Ik blader door recente publicaties.

Nu ik erin blader, vraag ik me af: waarom nu pas?

Ze bladerden druk door hun stapels met papieren.

Ik bladerde erin toen ik inspiratie zocht voor teksten.

De krant bladert lekker en de inhoud komt optisch snel naar je toe.

In mijn wijnbibliotheek blader ik door de naslagwerken.

Ik bladerde wat en sloeg soms hele stukken over.

In de pauze op mijn werk bladerde ik door een damesblad.

Hij bladert erin, zoekt naar een foto.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

lezer

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

erdoor

erdoorheen

erin

digitaal

driftig

rustig

snel

wild

verder

prepositiegroep

in:

atlas

boek

krant

tijdschrift

door:

atlas

boek

catalogus

krant

stapel

naar:

...

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij bladeren?

beginnen

zitten

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.