bezetten

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

In 1792 werd het gebied door de Fransen bezet en in 1794 ingelijfd.

Vrijwel alle 750 stoelen in de zaal zijn bezet.

Voor het eerst werden op grote schaal panden bezet door krakers.

Ze bezetten nu de vijftiende plaats in het algemeen klassement.

De negen kleinste fracties bezetten gezamenlijk 14 zetels.

De meeste Amerikaanse media bezetten enkele tot tientallen plaatsen per groep.

De partijen maakten vervolgens uit wie de veroverde zetels mochten bezetten.

De Nederlandse vrouwen bezetten momenteel de negende plaats op de wereldranglijst.

De partij zal in het nieuwe Europees Parlement 24 zetels bezetten.

Bij elkaar bezetten deze partijen 18 zetels in de gemeenteraad.

Veel meer dan het plein en enkele omliggende straten bezetten doet ze niet.

Hij roept de burgers op om met vlaggen de pleinen te bezetten.

De partij bezet acht van de 132 zetels in de regionale volksvertegenwoordiging.

Ook toen bezette hij de zesde plaats.

Zo werden metrostations en stadhuizen bezet door leerkrachten.

Rode mannetjes bezetten de toegangswegen naar het plein.

Momenteel bezetten de Deventenaren de achttiende plaats in de Eredivisie.

Vandaag de dag wordt bijna de helft van alle banen bezet door vrouwen.

De Spaanse jongeren die in 2011 pleinen bezetten noemden zichzelf indignados.

De arme landen vinden dat de rijke landen een buitenproportioneel aantal zetels bezetten.

Veel oud-studenten bezetten strategische plaatsen in tal van toonaangevende bedrijven en administraties.

In de rangschikking van ' s werelds rijksten bezette hij de 32ste plaats.

Hij bezette en bestuurde een gebied en hoefde dus minder kieskeurig te rekruteren.

Voorlopig prijkt hij op de vierde plaats, maar hij wil opnieuw de derde plaats bezetten.

De Kenianen domineerden de race en bezetten de andere negen plaatsen in de top tien.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

actievoerder

activist

betoger

demonstrant

groep

land

leger

lid

man

militair

(6 meer)

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

bank

bed

centrum

dorp

eiland

functie

gebied

gebouw

huis

kruispunt

(23 meer)

predicatieve aanvulling

adjectief of adverbium

samen

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij bezetten?

blijven

gaan

komen

laten

mogen

willen

zullen

adjectief (nog plaatsen)

dubbel

goed

lang

militair

momenteel

permanent

vaak

volledig

wekenlang

  • subject
  • object
  • verbum finitum
  • bepaling
  • verbale aanvulling
  • 1
    iemand bezet iets
        • plaats
          • De Nederlandse vrouwen bezetten momenteel de negende plaats op de wereldranglijst .
        • plek
          • Alleen wilde de Nederlander nog niet vrijgeven welke spelers de drie centrale plekken zullen bezetten .
        iemand neemt een plaats of ruimte in
      • 2
        iemand bezet iets
        • partij
          • De partij bezet acht van de 132 zetels in de regionale volksvertegenwoordiging .
          • leerstoel
            • Cellisten uit Brussel gingen ook leerstoelen bezetten aan andere Belgische conservatoria .
          • parlementszetel
            • Hij zal zich waarschijnlijk bij de regeringspartij EPRDF aansluiten , die 449 van de 450 parlementszetels bezet .
          • raadszetel
            • Fractievoorzitter J. Houmes van de SGP , die vier van de negentien raadszetels bezet , bevestigt dat .
          • stoel
            • Sinds 1958 bezet zijn partij één stoel in de Rotterdamse raad .
          • zetel
            • De negen kleinste fracties bezetten gezamenlijk 14 zetels .
          iemand neemt een (zit)plaats in een bestuursorgaan in en oefent de daarbij horende functie uit
        • 3
          iemand bezet iets
              • functie
                • Hij bezette uiteindelijk de functie van operationeel directeur in een bedrijf dat meer dan 100.000 werknemers telde en wereldwijd goed was voor een omzet van tien miljard euro .
              • positie
                • De realiteit is dat mannen nog altijd in veel domeinen de echt leidinggevende posities bezetten .
              • post
                • Dus moet het afgelopen zijn dat een tiental mensen alle belangrijke posten bezet .
              iemand neemt een maatschappelijke positie, baan of functie in
              • Veel oud-studenten bezetten strategische plaatsen in tal van toonaangevende bedrijven en administraties .
              • (meer voorbeelden)
            • 4
              iemand bezet iets
              • leger
                • Het Indonesische leger bezette het gebied in 1975 , enkele dagen na het vertrek van de Portugese kolonisator .
              • soldaat
                • Russische soldaten bezetten het gebied , waarna de inwoners de annexatie in een referendum goedkeurden .
              • troep
                • Na de Japanse nederlaag tijdens de Tweede Wereldoorlog bezetten de Amerikaanse troepen de eilanden .
                • gebied
                  • Hij bezette en bestuurde een gebied en hoefde dus minder kieskeurig te rekruteren .
                • noorden
                  • De rebellenbeweging die het noorden van het land bezet en zeven ministers in de regering heeft , trok zich als eerste terug .
                • stad
                  • De autoriteiten hebben de meeste steden bezet , 15.000 mensen gedood en 150.000 gevangen gezet .
                iemand neemt als vreemde mogendheid een gebied, land of stad in en houdt er controle over
                • Russische soldaten bezetten het gebied , waarna de inwoners de annexatie in een referendum goedkeurden .
                • (meer voorbeelden)
              • 5
                iemand bezet iets
                • actievoerder
                  • Actievoerders bezetten het bos van enkele hectaren groot al twee maanden lang , maar werden gisteren uit het bos gezet .
                • mens
                  • Zo' n honderd mensen bezetten twee vitale verkeersaders , via tientallen journalisten kijkt het hele land mee .
                • student
                  • Studenten bezetten al ­dagenlang het historische gebouw van hun universiteit .
                  • gebouw
                    • Sinds 2006 bezetten zij het gebouw , dat in 1862 werd gebouwd .
                  • pand
                    • De groep bezette het pand ongeveer twee weken .
                  • plein
                    • De Spaanse jongeren die in 2011 pleinen bezetten noemden zichzelf indignados .
                  • straat
                    • Mensen geven massaal gehoor aan de oproep van de regering om waakzaam te blijven en straten en pleinen te bezetten .
                  • terrein
                    • De groep bezet het terrein uit protest tegen de stijgende prijzen in de metropool .
                  • universiteit
                    • Ze wilde niet de universiteit bezetten , maar de wereld .
                  iemand neemt een gebouw of openbare ruimte in beslag uit protest of om protest te voorkomen
                  • In reactie bezetten de studenten het Maagdenhuis , de bestuurszetel van de universiteit .
                  • (meer voorbeelden)
                • 6
                  iemand bezet {een rol, een personage}
                        iemand vult een rol of personage in met een speler
                      • 7
                        iemand bezet iets
                            • positie
                              • Hij plaatst pionnen , bezet posities , probeert tegenstanders te slim af te zijn .
                            sport en recreatie
                            iemand vult strategische posities in een wedstrijd in met sporters
                            • Hij plaatst pionnen , bezet posities , probeert tegenstanders te slim af te zijn .
                            • (meer voorbeelden)