benoemen

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.
(vaak in het passief)

Nu ben ik benoemd tot hoogleraar op persoonlijke titel.

Onlangs werd hij weer benoemd tot financieel adviseur van de partij.

Ik werd benoemd tot hoogleraar op mijn 34ste.

De Italiaanse regering heeft gisteren zeven buitenlanders benoemd tot directeur van een museum.

In 2004 werd hij benoemd tot Lord Kerr of Kinlochard.

In 1837 werd hij tot directeur van de sterrenwacht benoemd.

Uiteindelijk werd een commissie benoemd, die in 2010 tot genadeloze conclusies kwam.

Er wordt een crisismanager benoemd en er worden landelijke en regionale crisiscentra ingericht.

Zien wat nog nooit benoemd werd, en dat benoemen.

De nieuwe man of vrouw wordt benoemd voor het leven.

In dat geval hoeft niemand benoemd of gekozen te worden.

De rechterlijke macht wordt niet verkozen, maar benoemd.

De president mag ook niet meer de ministers benoemen.

De 31 rechters worden benoemd voor het leven en zijn grondwettelijk beschermd tegen inmenging door het parlement.

Bestuurders worden benoemd en ontslagen door de algemene vergadering van aandeelhouders.

In haar testament benoemde ze hem tot executeur van haar nalatenschap.

Tot dusverre zou de commissie worden benoemd door het nieuwe parlement.

De leden van de Kamer worden benoemd door hun assemblee.

Universiteiten moeten dit jaar honderd vrouwelijke hoogleraren extra benoemen.

Topfunctionarissen worden in hoog tempo benoemd en weer vervangen.

Hij kan naar believen ministers benoemen of ontslaan.

De leden van deze commissie worden benoemd op voordracht van de Tweede Kamer.

Ze zouden worden benoemd als interim met loonbehoud.

Hij gaat voortvarend aan de slag en wordt benoemd voor een tweede termijn.

Wat ik mis, is dat de werkelijke oorzaak van het lawaai niet wordt benoemd.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

bestuur

kabinet

kamer

koning

kroon

minister

ondernemingskamer

overheid

parlement

partij

(6 meer)

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

bestuur

bestuurder

burgemeester

commissaris

commissie

ding

directeur

lid

mens

minister

(9 meer)

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

apart

duidelijk

expliciet

formeel

goed

later

nader

officieel

politiek

precies

(4 meer)

prepositiegroep

in:

functie

raad

op:

positie

post

voor:

leven

periode

op basis van:

...

op grond van:

...

op voordracht van:

...

predicatieve aanvulling

prepositiegroep of conjunctiegroep

tot:

adviseur

ambassadeur

bestuursvoorzitter

bisschop

bondscoach

burgemeester

commandeur

commissaris

directeur

erelid

(15 meer)
als:

bestuurder

bestuursvoorzitter

burgemeester

commissaris

directeur

gouverneur

hoofd

hoogleraar

lid

minister

(5 meer)

bijzin ingeleid door

hoe

waar

wat

wie

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij benoemen?

durven

kunnen

moeten

willen

worden

en/of

Welk ander zelfstandig woord wordt vaak gecoördineerd met benoemen?

ontslaan

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.